• Janneke Rinzema

De ultieme première-publieks-regels

Voor de site van Voorstelling Gemist schreef ik een gastblog over hoe het is om als newbies te debuteren in cabaretland.


Debuteren kan je niet leren. Je kunt een voetballer trainen op het nemen van de perfecte strafschop, maar op het moment suprême blijft het een kwestie van geluk, de wind in de rug en hopelijk een omgekochte keeper. Gegarandeerd succes zou de spanning er ook maar afhalen. ‘Weer een strafschop? Nou, tel het puntje er maar bij, Gerda!’ Kortom: debuteren is een kunst die je niet moet willen beheersen. Ook als cabaretier niet.

Want de spanning ís nu eenmaal om te snijden tijdens een première. Natte oksels zíjn part of the deal. En ja, natuurlijk kunnen die opgevangen worden door speciale okselpads – een soort maandverband in de vorm van een oksel, zoals Tim Fransen opbiechtte te gebruiken, maar al met al horen ze erbij als de stinkadem van die verre oom op je negende verjaardag. Maar hoe zorg je er dan voor dat je op de avond der avonden tóch weet te shinen?


Goed debuteren is de juiste mix vinden tussen spanning en ontspanning. Als het publiek ziet dat je teveel je best staat te doen, neemt het jouw spanning over en vergaat het lachen ze al snel. Als ze zien dat je er met de pet naar gooit, of als ze voelen dat de hele rambam nog niet af is, gaan ze gegarandeerd in de weigermodus. Het beste voor het bereiken van deze losse sfeer op deze allesbehalve ongedwongen avond, is dan ook de running gag. En in ons geval hoefden we daar geen enkele moeite voor te doen...


Lees de hele column hier!