• Janneke Rinzema

Vlindervoer

Bijgewerkt: apr 1

Een jongen, die ik sinds enkele tijd de mijne mag noemen, biechtte me bij onze eerste date op dat hij houdt van het spelen van ingewikkelde, psychologische spelletjes. Nu zou de gemiddelde vrouw – hoewel ik deze term als boze feminist het liefst natuurlijk de wereld uit zou slingeren, ik geloof namelijk dat deze klikobenaming aanzienlijk meer kwaad dan goed doet, maar toch, laten we voor het gemak even uitgaan van het bestaan van de gemiddelde vrouw zoals de glossy’s willen dat wij geloven dat ze er is - déze vrouw zou gillend wegfietsen na het horen van zo’n bekentenis tijdens een eerste, toch vaak precaire ontmoeting tussen twee nieuwe lovers. Ik niet. Wat mij betreft zijn het spelen van spelletjes dé brandstof voor een ontkiemende liefde. Het ultieme voer voor vlinders in je buik en bliksemschichten rond je middenrif.

Liefde is geen transactie die zo clean mogelijk moet verlopen. Geen contactloos betalen, geen simpel te scannen QR-code of Tikkie. Nee, een nieuwe liefde dient zich spelenderwijs –  rommelig, chaotisch en vol improvisatie – door je leven te weven. Een beetje zoals de boeren die afgelopen week terplekke besloten om tóch spontaan die voordeur van het gemeentehuis in te rammen met hun trekker. Maar dan zonder het geweld. Of kapotte voordeur. Of trekker. Nou goed, voor wie er nog bij is: ziehier de Regels der Onbereikbaren van jullie Matroesjkcolumnist.

1. Wacht daags met het beantwoorden van elk bericht dat je van je potentiële geliefde ontvangt 2. Draai altijd om je gevoelens heen 3. Stuur rare foto’s, bijvoorbeeld van een prullenbak die je doet denken aan zijn onderbeen, huiskamer of tatoeage. Het maakt niet uit, zolang het maar verwarrende berichten zijn en nooit, nooit foto’s waarop jijzelf op gevoelige wijze in verband te brengen bent met de persoon in kwestie

In eerste instantie volgde mijn nieuwe liefde alle regels gedwee. Voor de prullenbakfoto kreeg ik een vrolijke glasbak-pic terug, voor een GIF-je van een headbangende Poetin een gruntende Kim Jung Un. Deze man en ik begrepen elkaar. Wij speelden hetzelfde spel. De vlinders in mij sloegen voorzichtig hun vleugels uit. Ze groeiden, zoetaan.

 Maar toch; gigantisch werden ze niet. Want hoe vaag mijn berichten ook waren, hoe lang ik ook wachtte met antwoorden; na vijf minuten bliepte mijn telefoon van jewelste en volgde er een lief, geïnteresseerd bericht van zijn kant. Het bracht me in de war. Waarom speelde hij het spel niet mee? Hij hield er toch zo van? Begreep hij niet dat ik die onzekerheid nódig had? Die gekmakerij, die onrust, die twijfel? Dat het voer was. Vlindervoer. We lagen in bed. Het mijne, het krakerige van de twee. Ik vroeg hem wat hij dit weekend ging doen. Hij veerde op en vertelde dat hij zijn vrienden zou zien. Urenlang zouden ze besteden aan een lang en ingewikkeld spel, tot diep in de nacht, met liters whisky binnen handbereik. ‘Een spel?’, vroeg ik. ‘Een bórdspel?’ ‘Ja’, zei hij. ‘Dat is wat ik het liefste doe. Want het fijnste aan spelletjes spelen is er helemaal in opgaan. Dat je dan na afloop samen wakker wordt uit de roes en beseft dat het enige wat op het spel stond je ego was.’ Hij keek me aan. ‘Jezelf ergens in verliezen is het mooiste wat er is.’