• Janneke Rinzema

Grappen tussen de regels door

De kracht van humor onderzoeken in Libanon, met die insteek stapte ik in het vliegtuig. Na drie weken is de eerste rush over. De eerste contacten zijn gelegd, de eerste vrienden gemaakt, de kennismaking met het land, de gebruiken en het eten is gedaan. De kracht van humor is me hier de ene dag glashelder, de volgende dag tas ik als een blinde in het duister. Mensen lachen om alles en mensen lachen om niets. Op tv zijn flauwe comedyshows te zien waarin politici belachelijk worden gemaakt met handpoppen en baggerdouches. Tegelijkertijd vertellen comedians me dat hun scripts tot op de letter gecheckt worden door duistere mannetjes van de overheid.


Libanezen houden van leedvermaak en van stereotype humor waarin groepen weggezet worden, maar zijn tegelijkertijd doodsbang om op te rakelen wat sinds het einde van een lange, pijnlijke burgeroorlog in 1990 zorgvuldig onder het tapijt geschoven is. Het is een maatschappij waar versplintering omarmd wordt, omdat het een schild is. De tientallen sektarische groeperingen bepalen in dit land nog steeds álles: politiek, geld, je kans op een baan en met wie je trouwen mag. Je achternaam verraadt direct waar je bed stond, wie zich daarover heen bogen en welke gebeden er klonken en zullen klinken.


Veel humor zit dan ook tussen de regels door. Het Arabisch is een omfloerste taal waarin alles gezegd kan worden en tegelijkertijd niets. Je moet als comedian leren tussen de regels door te schrijven, als luisteraar er tussendoor te luisteren. Achternamen hebben vaak meerdere betekenissen. Door hier mee te spelen kan er in synoniemen toch gesproken worden over politici die normaal gesproken niet bepaald blij zijn met de aandacht van openbare grappenmakers. Nu betekent baudet in het Frans ook gewoon ezel, maar toch.


Hoe anders is dat in Nederland, waar we elkaar alles voor de voeten werpen. Ik ben niet het type cabaretier dat bewust wil beledigen. Tegelijkertijd geloof ik dat een goede grap verschillen overstijgt. Maar toch, een bewuste belediging kan alleen grappig zijn binnen een vastomlijnde context: wie heb je voor je, waar ben je en wat heb je hiervoor gezegd? Ik heb het idee dat we in Nederland altijd zéggen dat alles gezegd kan worden (of het tergend uitgewoonde ‘juist niets meer’), maar dat we stiekem de dingen uit de weg gaan waar echt over gegrapt moet worden: IS, boze witte mannen, of de angst voor ‘de ander’ die gevoed wordt door politieke partijen om zieltjes te winnen.


Ik heb het idee dat we dat in Nederland, ergens tussen het geschreeuw, het gewij/zij onszelf zijn kwijtgeraakt. Of misschien ben ik het kwijt. Na een rommelig jaar vol onzekerheid, vol zoeken, vol vragen. Ben ik daarom onbewust naar een land gegaan waar zoveel niet klopt? Waar je móet lachen om de problemen, omdat je anders niet overleeft? Waar lachen gepaard gaat met vechten? Hier is kunst geen luxe, maar een overlevingsmethode. Omdat met kunst een veilige haven gecreëerd kan worden. Een haven die broodnodig is. Omdat degene die ‘anders’ zijn anders zullen verdwijnen. Naar andere landen, of nog erger: naar de achtergrond in een land dat hun thuis zou moeten zijn.


Beiroet, Artist in Residency - 20 maart 2018